Het werk van Erich Neumann
20.4
bladzijde 4 van 5
Essentiële verschillen
Het jonge meisje hoeft dus de oerrelatie niet te verbreken, om uit te groeien tot een volwassen en sociaal volwaardig functionerende vrouw. De man moet dit wel! Hij komt niet tot een zelfstandig mannelijk gedrag, als hij de symbiose met de moeder niet heeft verbroken. Bij ernstige verstoring van het proces bij de jongen ligt er een basis voor een oedipale of narcistische tendens.
Het meisje kan wel zonder een differentiatie doorgemaakt te hebben, lichamelijk seksueel functioneren. Hiermee wordt het huwelijk voor het meisje van bijzondere betekenis. Zij leert hier, (wat de jongen al eerder leerde) om tegenover het Ik van de man nu ook zelf een eigen Ik te vormen. Sterker nog: bij een onvolledige uitkristallisatie van het mannelijk Ik kan ook het vrouwelijk Ik zich niet volledig emanciperen, zodat ook de schoonmoederlijke invloed een actieve rol in de relatie blijft spelen.
Ergo: naar de mate waarin het Ik van de man tot uitkristallisatie komt, kan ook de psychische ontwikkeling van het vrouwelijke zich doorzetten. (20.4.a)
Emancipatie
In de huwelijkssituatie begint de vrouw dus aan een geheel nieuwe ontwikkelingsfase, waarin haar eigen Ik gevormd wordt in de confronterende ontmoeting met het Ik van de man.
Cultureel gesproken zijn we nu vanuit het archaïsche aangeland bij de emancipatie beweging van onze tijd, waarin het vrouwelijke zich vanuit het symbiotische naar het polaire ontwikkelt. Van daaruit komen voor zowel de mannelijke als de vrouwelijke pool verdere ontwikkelingsmogelijkheden te voorschijn door voortdurende wisselwerking met elkaar.
Voorlopen en achterstand
De jongen die zich gaat differentiëren t.o.v. de moeder heeft in zijn leven een ingewikkelder start dan het meisje. Hij moet tot een innerlijk besluit komen en vervolgens tot een daad.
Het meisje heeft een basis die niet werd onderbroken; zij zit daardoor in de kinderjaren psychisch sterker in het zadel dan een jongen van dezelfde leeftijd.
Het meisje voelt van nature wie ze is. De jongen moet noodzakelijkerwijs de gebeurtenissen objectiveren, de dingen steeds in zijn bewustzijn incorporeren. Hij moet het leven en de wereld leren kennen, zich leren voegen naar en stellen in de bestaande sociale en maatschappelijke verhoudingen.
Het aanvankelijke vacuüm waar de jongen in valt, maakt dat hij in zijn jeugd achterloopt op de psychische ontwikkeling van het meisje. Meisjes zijn in die periode van hun leven in het algemeen meer bij de hand, wijzer en slagvaardiger dan jongens.
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,